Schijndel werkt alleen op afspraak om u beter van dienst te zijn

 
Schijndel werkt alleen op afspraak om u beter van dienst te zijn

Weidevogels


Nederland belangrijk land voor weidevogels



Kale vochtige weilanden 

Afbeelding: weidevogelsOns land heeft nog steeds veel kale vochtige weilanden en daar houden weidevogels van. Zo hebben ze ruimte genoeg en kunnen ze met hun snavels makkelijk in de grond prikken om allerlei wormen en insecten op te zoeken.

Veengebieden en steppen

Heel vroeger leefden deze vogels vooral in veengebieden en op steppen. Omdat Nederland voor een groot deel begroeid was met bos, waren er lang niet zoveel weidevogels als nu. Voor de landbouw zijn de afgelopen duizend jaar veel bossen gekapt en werden er weilanden en akkers van gemaakt. Omdat veel veengebieden en moerassen verloren gingen zijn de weidevogels verhuisd naar onze weilanden en akkers en daarom noemen wij ze nu weidevogels.
Maar met de moderne manier van boeren, krijgen weidevogels het steeds moeilijker (zie bij bedreigingen).

Afbeelding: scholeksterNestvlieders

Alle grotere weidevogels zijn zogenaamde nestvlieders. Als de jongen uit het ei zijn gekropen, verlaten ze binnen een dag het nest. De jongen worden ook niet gevoerd door de ouders (alleen de scholekster doet dat wel). Ze moeten meteen zelf hun kostje bij elkaar scharrelen. Om ervoor te zorgen dat alle jongen tegelijk het nest verlaten, begint het vrouwtje pas te broeden als alle eieren (meestal 4) gelegd zijn.

Grutto (Black-tailed Godwit, Limosa limosa ) 

Afbeelding: gruttoGrutto's, met een lengte van 36-44 cm, zijn dè ambassadeurs van het Nederlandse polderlandschap. Nergens ter wereld is deze van oorsprong op riviergraslanden en hoogvenen broedende vogel zo talrijk als in de contreien van oer-vaderlandse dorpen als Broek-in-Waterland of St. Nicolaasga. Zelfs binnen de stadsgrenzen van Amsterdam broeden meer grutto's dan in heel Groot-Brittannië en Frankrijk tezamen! Nederlandse grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden en leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. Oorspronkelijk broedden grutto's op riviergraslanden en hoogvenen. Vandaag de dag zijn grutto's in die gebieden nauwelijks nog te vinden. De grutto heeft een, tot recentelijk, uitstekend habitat gevonden in graslanden in agrarisch gebruik. Nu verdwijnt de grutto ook daar bijzonder snel. Er is nog een gruttosoort, de Rosse Grutto (Limosa lapponica lapponica). Deze broedt niet in Nederland maar overwintert hier in vrij groot aantal. De grutto heeft ook een ondersoort, de 'IJslandse grutto' (Limosa limosa islandica), welke in klein aantal doortrekt. Enkele ijslandse grutto's overwinteren in Nederland. Grutto's trekken meestal terug naar hun geboorteplaats en zijn daar sterk trouw aan: meestal broeden ze hoogstens enkele honderden meters van hun geboorteplaats.

Nederland voor grutto’s belangrijk

Ongeveer 80% van alle Noordwest-Europese grutto’s broedt in ons land. Dat zijn tussen de 75.000 en 95.000 paren. Grutto’s broeden niet op akkers en willen graag lang gras. De 4 eieren worden 22-25 dagen bebroed. In september vertrekken de vogels naar Afrika. In februari keren ze weer terug. Ook grutto’s maken al roepend mooie baltsvluchten. Nog meer dan de kievit willen grutto’s een drassige bodem, zodat ze met hun lange snavel diep in de grond kunnen peuren.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: In grote delen van het land is het aantal grutto's tot in de jaren vijftig toegenomen. De toegenomen voedselrijkdom door de intensievere bemesting was daar debet aan. Omstreeks midden jaren zestig kon de grutto het tempo van de agrarische veranderingen niet meer bijbenen. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan: Anno 1990 naar schatting een kwart minder grutto's in kerngebieden en 50 tot 100 procent minder in de overige broedgebieden. Een schatting van de totale populatie voor midden jaren tachtig komt op 85.000 tot 100.000 paar. Inmiddels is de stand opnieuw drastisch afgenomen: er resteren nog 46.000 paren (2000) en de populatie neemt nog steeds fors af.

Hoe klinkt een grutto?

Om te beluisteren: geluidsfragment van de grutto.
Meer informatie over grutto's: http://www.grutto.nl/
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Gele kwikstaart (Blue-headed Wagtail, Motacilla flava) 

Afbeelding: gele kwikstaartDe gele kwikstaart heeft een groot verspreidingsgebied. De vogels hebben een voorkeur voor open landbouwgebieden met een dichte vegetatie van 40 tot 65 cm. hoogte. Ze eten insecten en zoeken naar allerlei dierlijke eiwitten. Daarbij wippen ze de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer: het typische 'kwikken' van de staart.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: Het gele kwikstaartenbestand is de laaste decennia geslonken van zo'n 40.000 tot 70.000 paren naar ongeveer 40.000 tot 50.000 paren.

Hoe klinkt een gele kwikstaart?

Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Kievit (Lapwing, Vanellus vanellus) 

Afbeelding: kievitDe lucht kan er op mooie dagen in het voorjaar van vervuld zijn: 'Tjoewiet', de kreet van de kievit die zijn eigen naam roept. De spectaculaire buitelende capriolen, het elegante pak en de kuif als een lange veer op de hoed van een Musketier verschaffen de kievit een gracieus voorkomen.
De kievit (lengte van snavelpunt tot staartpunt: 28-31 cm) is de meest bekende weidevogel. Kieviten broedden oorspronkelijk op grassteppen in gematigd Europa en Azië. Deze habitat werd echter al snel door de mens in gebruik genomen om vee te weiden en gewassen te verbouwen. De kievit heeft zich hieraan goed aangepast en het is één van de weinige soorten die zich goed in stand kan houden op akkers en weilanden in Nederland. Bij gevaar veinst een kievit een gebroken vleugel en probeert zo een nadende wezel, vos of hermelijn weg te lokken bij het nest. In Friesland (en Groningen) bestaat een oude traditie; kievitseieren worden vroeg in het broedseizoen gezocht. In 'ruil' voor het leeghalen van de nesten worden vervolglegsels beschermd. Dat deze nestbescherming ook kan zonder eieren te rapen is natuurlijk duidelijk; wie het om de bescherming van vogels gaat, neemt niet eerst de eieren weg, ook niet van een algemene soort.
Afbeedlineg: kievitsnest met jongVanaf februari keren de meeste kieviten terug naar de broedplaatsen. Ze beginnen dan meteen het territorium af te bakenen.
Als er een vrouwtje voorbij vliegt, proberen de mannetjes al buitelend en roepend het vrouwtje in hun territorium te houden. Als je trouwens goed kijkt zul je zien dat kieviten veel meer kleuren hebben. Naast zwart en wit hebben ze ook groene, blauwe en bruine veren. De nesten worden vooral gemaakt op kale akkers of weilanden met kort gras. Het broedenduurt ongeveer 28 dagen en wordt vooral door het vrouwtje gedaan.
De jongen kunnen na ongeveer 5 weken vliegen. In Nederland broeden 200.000 – 275.000 paren.
De volwassen kieviten trekken in de winter naar Engeland. De jonge vogels trekken naar Frankrijk, Spanje en Noord-Afrika. Vanuit Noorden Oost-Europa komen grote aantallen in de winter naar ons land. In bevroren grond kunnen ze geen voedsel zoeken; daarom trekken ook deze vogels weg als het gaat vriezen maar komen weer terug als het
dooit.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Het aantal kieviten is vrij constant. De verspreiding van de kievit in Nederland verandert echter, doordat het landschap aan voortdurende veranderingen onderhevig is. Broedden kieviten vroeger voornamelijk in kleinschalige cultuurlandschappen, tegenwoordig zijn ze vooral te vinden op maisakkers en grote open weidegebieden. In sommige landen (waaronder Ierland) is echter zichtbaar dat bij zeer sterke intensivering van het landgebruik zelfs kieviten niet flexibel genoeg zijn om te kunnen overleven. De populatie is daar plotseling ingestort. In Nederland lijkt de situatie voor de kievit vooralsnog prima; in 2000 werden 200.000 tot 300.000 broedparen vastgesteld.

Hoe klinkt een kievit?

Om te beluisteren: geluidsfragment van de kievit.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Patrijs (Grey Partridge, Perdix perdix ) 

Afbeelding: patrijsPatrijzen zijn standvogels van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich erg goed aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. In Nederland komt de soort verspreid voor. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insekten en ander klein gedierte. De patrijs is altijd een favoriet doelwit geweest voor jagers. De aantallen patrijzen nemen, door schaalvergroting in de landbouw, dramatisch af.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Standvogel
Trend en aantal: Tot ver in deze eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met een populatie van naar schatting enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig wordt gesproken van een afname, die met name in de jaren zestig en zeventig schrikbarende vormen heeft aangenomen en welke nog steeds voortduurt. Rond 1975 bedroeg het totaal aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. Inmiddels kunnen we spreken van nog slechts 10.000 paren. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. Het zuidwesten komt er relatief goed vanaf, al is ook hier sprake van een niet mis te verstane afname. Inmiddels is de patrijs uit grote delen van Nederland aan het verdwijnen.
Om te beluisteren: geluidsfragment van de patrijs.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Scholekster ((Eurasian) Oystercatcher, Haematopus ostralegus ) 

Afbeelding: scholeksterScholeksters zijn vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers met een lengte van 40-45 cm, die algemeen in het binnenland kunnen worden aangetroffen. De grootste aantallen bevinden zich in het Noorden en Westen van het land, de Veluwe, Zuid-Limburg en Flevoland huisvesten nauwelijks Scholeksters. Opvallend is dat scholeksters vaak allemaal dezelfde kant op zitten, zodat ze elkaar niet hinderen wanneer gevlucht moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt altijd een onderlinge afstand van ongeveer een meter gehandhaafd.
Afbeelding: scholeksterIn heel Noordwest-Europa broeden ongeveer 200.000 paren scholeksters.
In Nederland broedt bijna de helft, ongeveer 80.000 tot 100.000 paar. In ons land overwintert 3/4 van alle Europese scholeksters. Je ziet ze dan vooral in de Waddenzee en in Zeeland. In het voorjaar trekken veel van de vogels het binnenland in om er te broeden.
Scholeksters zijn opvallende vogels. Ze zijn zwart-wit met knalrode poten en snavel. Met veel kabaal maken ze duidelijk wat hun territorium is. Ze broeden steeds meer op kale akkers en weilanden met kort gras. Er worden meestal 3 eieren gelegd. Na 25 dagen komen de jongen uit het ei. In tegenstelling tot andere jonge weidevogels, worden jonge
scholeksters wel gevoerd door de ouders. Zo is het mogelijk dat de vogels ook op platte daken broeden. Ze leggen de eieren daar in het grind en de ouders vliegen dan af en aan met voedsel.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Recentelijk is het aantal scholeksters drastisch afgenomen, als gevolg van voedselschaarste in de Waddenzee. De aantallen die in de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (SOVON, 2002) worden genoemd, namelijk 80.000 - 130.000 paren, zijn dan ook achterhaald. Over de preciese omvang van de Nederlandse populatie bestaat echter door problemen met de uivoering van tellingen, enige onduidelijkheid.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Veldleeuwerik (Skylark, Alauda arvensis) 

Afbeelding: veldleeuwerikGeen heideveld is compleet zonder veldleeuweriken. De uitbundig klinkende zang kan op mooie dagen in het voorjaar van grote hoogte gehoord worden. De mannetjes maken spectaculaire zangvluchten. Eerst klimmen ze tot een hoogte van soms meer dan honderd meter, luid zingend schroeven ze weer omlaag om bij het vrouwtje in de buurt te landen. Helaas gaat het de laatste decennia niet goed met de veldleeuwerik en verdwijnt de uitbundige zang langzaam maar zeker uit de lucht. Verschillende ontwikkelingen in het landelijk gebied, heiden en duinen zijn daarvan de oorzaak en de afname lijkt nog altijd niet minder te worden.
Status: Algemene broedvogel
Trek/stand/winter: Trekvogel, standvogel en wintergast
Trend en aantal: Het gaat niet goed met de veldleeuwerik. De aantallen broedende vogels nemen hals-over-kop af. In de jaren 1970 broedden zo'n 500.000 tot 750.000 paren in Nederland. Dat aantal is bijzonder sterk afgenomen; in de periode 1998 - 2000 werden nog slechts 50.000 tot 70.000 paren vastgesteld. Dat is dus nog slechts 10% van het aantal veldleeuweriken!
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Wulp ((Eurasian) Curlew, Numenius arquata) 

Afbeelding: wulp'De wulp wijst naar zijn gulp' luidt het ezelsbruggetje. De wulp is mewt een lengte van 50-60 cm onze grootste weidevogel. Het is een onmiskenbaar grote bruingespikkelde vogel met een lange omlaag gebogen snavel. Wulpen zijn vooral te zien in het oosten van het land: Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant herbergen het leeuwendeel van de Nederlandse wulpen. Ook de Waddeneilanden huisvesten veel wulpen. In Nederland zijn 6.500 tot 8.000 broedparen. Het geluid van de wulp is zeer kenmerkend en wie het eenmaal kent zal het niet snel vergeten. Het is een mysterieus aanzwellend geluid, dat vooral in de ochtend- en avondstilte bijzonder ver kan dragen.
Vroeger broedden ze vooral in de duinen en op heidevelden. Nu broeden ze ook veel op graslanden. De 4 eieren worden ongeveer 28 dagen bebroed. De jongen zijn na 7 weken zelfstandig. Wulpen overwinteren vooral langs de kusten van Europa en Afrika. Als onze wulpen wegtrekken, komen er uit andere delen van Europa wulpen naar ons land.
Status: Broedvogel
Trend en aantal: Het aantal wulpen in Nederland wordt vastgesteld op ongeveer 6.900 paren (6.400 tot 7.400). Dat aantal komt overeen met schattingen uit de periode 1979-1985, maar is veel meer dan de aantallen die in 1973-1977 zijn vastgesteld.

Hoe klinkt een wulp?

Om te beluisteren: geluidsfragment van de wulp.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming Nederland

Steenuilen in Schijndel 

Afbeelding: steenuilDe steenuil, de kleinste uil in Nederland, heeft het moeilijk. In verband met de ruilverkaveling en het verdwijnen van veel knotwilgen en houtwallen, is de steenuil veel nestgelegenheid kwijtgeraakt. Een werkgroep in Schijndel probeert daar wat aan te doen.
De steenuil is ongeveer 22 cm hoog en heeft een spanwijdte van 56 cm. Zijn leefgebied is een kleinschalig open landschap met constante begrazing met houtwallen, knotwilgen, en struikgewas. Hij leeft van insecten, regenwormen, muizen en soms vogeltjes. De steenuil houdt van zon en bij vochtig weer kun je hem vaak waarnemen in een nis van een schuur of een andere beschutte plaats. Deze vogel blijft vaak langdurig in het zelfde territorium maar door veranderingen in de leefomgeving kan hij snel verstoord worden. Het broedseizoen begint vroeg in april en de jongen vliegen in juni uit.
De laatste jaren is de populatie flink afgenomen tot ongeveer 8000 broedparen in Nederland. Hij staat dan ook op de rode lijst van bedreigde vogels. Daarom is een groep vrijwilligers van de Uilenwerkgroep (Werkgroep Steenuil Monitoring Schijndel) al een tijdje bezig met het lokaliseren van de leefgebieden van de steenuil in en rond Schijndel. Op het moment dat de verschillende locaties bekend zijn, wordt gekeken of het zinvol is de steenuil een nieuwe huisvesting te bieden in de vorm van een speciale steenuilennestkast.
Dankzij de medewerking van inwoners van Schijndel zijn er al verschillende steenuilenkasten geplaatst. Wie denkt zelf een steenuil in zijn omgeving te hebben gezien, kan contact opnemen met Addie van der Heyden (073-5478360) Uilenwerkgroep Schijndel of met Ton Popelier (073-5479114) van de Werkgroep Steenuil Monitoring Schijndel.

Weidevogelbescherming in Brabant 

Vrijwillige weidevogelbescherming wordt in Brabant gecoördineerd door Brabants Landschap. Er zijn ruim 40 weidevogelgroepen actief. Meer informatie is te vinden op de site http://www.brabantslandschap.nl/

Weidevogelgroep Schijndel 

Afbeelding: leden Weidevogelgroep inventariseren vogelsWeidevogelgroep Schijndel

In en om de gemeente Schijndel worden de weidevogels, hun legsels en jongen beschermd door de vrijwilligers en agrariërs die aangesloten zijn bij Weidevogelgroep Schijndel e.o. Dankzij deze samenwerking worden jaarlijks honderden legsels gespaard bij agrarische werkzaamheden.

Geschiedenis

Het afsluiten van het weidevogelconvenant in de Rooise- en Schijndelse Heide in 1996 vormde het begin van vrijwillige weidevogelbescherming in Schijndel. In de beginjaren waren slechts 4 vrijwilligers actief bij enkele boeren. Het project kwam vanaf 1999 in een stroomversnelling dankzij intensieve samenwerking met en begeleiding door Brabants Landschap. Tientallen vrijwilligers sloten zich aan en ook het aantal deelnemende boeren nam snel toe. Inmiddels doen er zo'n 45 vrijwilligers en 70 boeren mee en de groei is er nog niet uit. Er is nauwelijks verloop binnen de groep, want er heerst een prima sfeer en daarnaast is weidevogelbescherming een leuke en zinvolle bezigheid.

Wat doen de vrijwilligers?

De vrijwilligers gaan vanaf half maart tot eind mei of begin juni in groepjes van 2 tot 4 personen minimaal één dagdeel per week het veld in. Op percelen van de deelnemende boeren zoeken zij met behulp van een verrekijker naar de legsels van weidevogels. Het observeren van het gedrag van de oudervogels is hierbij erg belangrijk, zeker als de eieren in het hoge gras verborgen liggen. Soms is het beter om percelen lopend af te zoeken. Een redelijke conditie, een verrekijker en een paar regenlaarzen zijn onmisbaar voor vrijwilligers.

Wat doen de boeren?

Vroeg in het jaar bezoekt een vrijwilliger de boer om voor het komende broedseizoen afspraken te maken over de bescherming op zijn bedrijf. De bij drage van de boer aan de bescherming bestaat uit het toelaten van een vast groepje vrijwilligers op zijn grond om nesten te zoeken en te markeren. Deze nesten ontziet hij vervolgens zo goed mogelijk bij het bewerken van zijn land. Verder informeert de boer zijn loonwerker over de aanwezigheid van nesten en het belang ze te sparen. Ook boeren hebben lol in de aanwezigheid van weidevogels op het boerenland. Dit is voor velen van hen de grootste drijfveer om mee te doen aan weidevogelbescherming.

Bescherming van de jongen

Jonge weidevogels zoals grutto's en wulpen verblijven graag in hoog gras en moeten beschermd worden tegen de maaimachines. Daarom geven boeren ruim een dag voor het maaien een seintje aan de vrijwilligers. Zij plaatsen dan lange stokken met plastic zakken die ervoor zorgen dat de oudervogels met hun jongen voor het maaien de percelen verlaten.

Werkgebied

Weidevogelgroep Schijndel is actief in nagenoeg alle gebieden in en om Schijndel waar weidevogels in een redelijke dichtheid broeden. Naast de boeren in het convenantgebied Rooise- en Schijndelse Heide nemen inmiddels ook boeren in de gebieden Vlagheide, Wijbosch en het gebied tussen Schijndel en Den Dungen enthousiast deel aan het project. Verder worden nog enkele kleine populaties verspreid over de gemeente beschermd, vaak nadat de betreffende boer zelf contact opnam met de groep.

Training van nieuwe weidevogelbeschermers

Om goed voorbereid het veld in te kunnen gaan volgen nieuwe vrijwilligers en soms ook boeren een basiscursus van 2 avonden. Vrijwilligers worden daarna gedurende enkele seizoenen begeleid door een ervaren weidevogelbeschermer of door een veldmedewerker van Brabants Landschap. Om de kennis van de groep op peil te houden en bij te spijkeren wordt 1 of 2 keer per jaar een verdiepingscursus, lezing of quiz georganiseerd.

Afbeelding: lid Weidevogelgroep aan het werkResultaten

Werden er de eerste jaren steeds zo'n 10 à 20 legsels per jaar gevonden en beschermd, de laatste jaren is dat aantal behoorlijk opgelopen. 2002 gold als een recordjaar. Er werden toen 515 legsels gevonden van 10 soorten weidevogels. 69% van de legsels kwam uit. Vanwege de grote droogte tijdens het broedseizoen 2003 liep het aantal gevonden legsels terug tot 404. Slechts 4% van deze legsels ging verloren door werkzaamheden; een bewijs van betrokkenheid van de boeren en loonwerkers. Toch was het uitkomstpercentage met 57% lager dan gewenst. 2004 was een slecht jaar: slechts 47,4% van de legsels kwam uit. Predatie was de grootste oorzaak van het verlies van de legsels (35%).

Eierrapers

Het grootste probleem werd in broedseizoen 2004, maar ook al in 2003, gevormd door eierrapers. Hoewel het rapen van kieviteieren met de invoering van de Flora- en Faunawet in Brabant verboden is en er door diverse instanties intensief is gecontroleerd werd toch een behoorlijk percentage weggehaald door eierrapers. Een groot gedeelte van de legsels werd door mensenhanden uit de nestkuil geraapt. Vaak ging het om bebroede legsels, soms zelfs van grutto's. De groep heeft contact gezocht met politie en opsporingsambtenaren. Dankzij de bemiddeling van de toenmalige wethouder Ger Wouters besteedde de politie extra aandacht aan dit jaarlijks terugkerende probleem. Ook buitengewone opsporingsambtenaren van onder andere provincie, gemeente en wildbeheereenheid waren zeer regelmatig in het veld. Hoewel aan het begin van het seizoen toch nog enkele nesten werden leeggehaald - wat dit jaar extra frustrerend was omdat de vogels het ook zonder eierrapers al moeilijk genoeg hadden - is deze actie succesvol geweest. Ook de aankondiging in het Schijndels Weekblad heeft mogelijk preventief gewerkt.

Predatie

Een meer natuurlijk probleem dat zich voordeed werd gevormd door predatie (het eten van de ene door de andere diersoort). Meer dan ooit werden nesten l e egg ehaald door onder andere vossen en kraaien, maar ook bunzings en andere kleine marterachtigen gaven er blijk van een lekker eitje niet te versmaden. En blijkbaar smaakte het naar meer want vrijwilligers troffen - ondanks genomen preventieve maatregelen - de eerder gevonden nesten week op week leeg aan, vaak met de pootafdrukken van het ongewenste bezoek duidelijk rond de nestplaats. Mogelijk is er een relatie tussen de toegenomen predatie en de door een dodelijke virusziekte afgenomen konijnenstand.

Oplossing?

Wanneer de predatie in een gebied toeneemt wordt al snel geroepen dat dat komt door de bescherming die de vos geniet sinds de invoering van de Flora- & Faunawet. Afschot zou dan de enige logische oplossing zijn. Wanneer we de leeggehaalde nesten echter aan een nader onderzoek onderwerpen zien we al gauw dat de vos zeker niet de enige boosdoener is. Ook bijvoorbeeld kraaien en kleine marterachtigen, reigers, buizerds, egels en eerder genoemd: de mens lust ook graag zo'n gemakkelijk te verschalken eitje. Wanneer we dat in ogenschouw nemen wordt afschot al veel minder logisch, ook al omdat vossen ook kraaien en kleine marterachtigen eten. Een verlaging van alleen het aantal vossen zou dus een verhoging van de predatie door die soorten in kunnen houden: slechts een verpla atsing van het probleem. Bovendien is het niet uitgesloten dat vossen op het wegvallen van een aantal exemplaren reageren met het verhogen van het aantal jongen per nest: een volkomen natuurlijke reactie.
Al met al een probleem dat niet gemakkelijk op te lossen is. Voor komend seizoen is alle hoop gevestigd op de zich herstellende konijnenstand. Ook worden waar mogelijk de preventieve maatregelen nog aangescherpt.

Bescherming tegen landbouwactiviteiten succesvol

Al met al is door bovenstaande problemen slechts 47,4% van de gevonden legsels uitgekomen. Toch kunnen we zeggen dat ons doel (het beschermen van weidevogellegsels tegen landbouwactiviteiten) ook dit jaar weer is bereikt: slechts 7,3% van de opgespoorde legsels ging verloren door landbouwwerkzaamheden. De aangesloten boeren werkten ook dit jaar weer om zeer veel gemarkeerde legsels heen, soms wel 5 à 6x per legsel. Zonder beschermingsmaatregelen zouden de meeste weidevogellegsels in het gebied verloren zijn gegaan.

Succes stimuleringsregeling

In het kader van de stimuleringsregeling werd ten behoeve van weidevogels een perceel in de Schijndelse heide ingezaaid met gerst. Dit gebeurde vlak voor het broedseizoen. Het perceel bevindt zich in een deel van het gebied waar o.a. kieviten en grutto's broeden. Het moment van inzaaien bleek exact gepland. Het gewas was erg kort toen de kieviten broedden - zij zien eventueel gevaar graag aankomen - en omdat het land niet meer hoefde te worden bewerkt konden de kieviten ongestoord door landbouwactiviteiten hun legsels uitbroeden. De jonge kieviten vonden er schuilgelegenheid. Bij onraad werden ze direct het gerst in geroepen. Grutto's broeden vaak iets later en maken hun nest graag in een wat langer gewas vanwege de camouflage. Ook voor het had het gewas precies de juiste lengte. Tot slot konden ook de jonge grutto's er in schuilen en fourageren. Ook dat was perfect getimed, want op het moment dat veel grutto's jongen hadden werd her en der het gras gemaaid. Gele kwikstaarten en diverse andere soorten werden waargenomen. Dit perceel was van grote waarde voor diverse soorten weidevogels en de premie die de boer ontving meer dan waard!

Vogels op nieuwe percelen

Mogelijk vanwege de aanwezigheid van diverse soorten predatoren zijn veel kieviten verhuisd naar percelen waar ze nooit eerder zijn waargenomen. Boeren die - al dan niet voor het eerst - weidevogels op hun land aantreffen en hulp willen bij het opsporen en beschermen van de nesten vragen wij contact op te nemen met het secretariaat van de weidevogelroep (073) 5479114.

Kavelaanvaardingswerken

Met de landinrichtingscommissie is de afspraak gemaakt dat die percelen waar weidevogels broeden zo veel mogelijk als eerste in orde gemaakt zullen worden, zodat deze in de winter in orde zullen zijn en de vogels volgend broedseizoen niet verstoord zullen worden door deze werkzaamheden. Tijdens de winter wordt er door de weidevogelbeschermers gepuzzeld: veel percelen veranderen immers van eigenaar. Welke grond wordt van wie en waar precies komen de grenzen? Welke vrijwilliger loopt bij welke boer? Mogelijk komen er nieuwe eigenaren in het gebied met wie afspraken gemaakt moeten worden. Vrijwilligers zullen soms met andere boeren samenwerken dan ze gewend zijn. Kortom: een hele klus! Gelukkig heeft de landinrichtingscommissie ook hier haar medewerking toegezegd en in de praktijk is gebleken dat bijna alle boeren graag meewerken aan weidevogelbescherming!

Nieuwe vrijwilligers

Sommige zoekgroepjes kunnen nog wat versterking gebruiken bij hun beschermingsactiviteiten. Enkele nieuwe vrijwilligers hebben zich reeds aangemeld. Er is nog plaats voor enkele enthousiaste nieuwe mensen.

Actueel

De Weidevogelgroep Schijndel en omgeving heeft een officiële verenigingsstatus. Door de jeugd van de groep is een actie wintervoedering opgezet. Mooie voedermaterialen zijn geproduceerd voor de tuinvogels. Deze worden verkocht ten behoeve van de weidevogelkas. Voor meer info: Anja Popelier, tel. (073) 5479114.

Meer informatie of aanmelding

Voor aanmelding als deelnemend agrariër of vrijwilliger, voor meer informatie over weidevogelbescherming, of wanneer u de nieuwsbrief van Weidevogelgroep Schijndel wilt ontvangen kunt u contact opnemen met de secretaris van Weidevogelgroep Schijndel, Anja Popelier
Buntweg 11
5481 SB Schijndel
(073) 5479114
e-mail: a.popelier@hetnet.nl

Stimuleringsregeling weidevogels 

Stimuleringsregeling weidevogels in convenantgebied Sint Oedenrode - Schijndel

De begeleidingscommissie van het weidevogelconvenant St. Oedenrode biedt boeren en grondgebruikers de mogelijkheid om in het convenantgebied een beheersovereenkomst af te sluiten. De pakketten beogen het biotoop van weidevogels gedurende het broedseizoen te verbeteren. De biotoopverbetering is een belangrijke voorwaarde voor vergroting van het broedsucces van de weidevogels en het vliegvlug worden van meer jongen. Ter stimulering krijgen deelnemers een vergoeding voor uitstel van maaien of beweiden. Ook het zaaien van een gewas dat goede mogelijkheden biedt voor weidevogels om te broeden of met jongen in te verblijven wordt gestimuleerd. Nieuw is een pakket gericht op bescherming van nesten van kwetsbare soorten in grasland. Hieronder een overzicht van de beheerspakketten.

Weidevogelgrasland met rustperiode (vlakdekkend)

  • De beheerseenheid bestaat uit grasland, niet in gebruik voor graszaadteelt of vallend onder de braakregeling
  • Er geldt een rustperiode van 1 april tot 16 juni
  • In de rustperiode wordt de beheerseenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. Chemische bestrijdingsmiddelen mogen in deze periode niet worden toegepast
  • De beheerseenheid is minimaal 0,5 hectare groot
Stimuleringspremie pakketcode 1

Pakketcode

Rustperiode

Stimuleringspremie per hectare

1

1 april - 15 juni

EUR 350,-

Randenbeheer voor weidevogels

  • De beheerseenheid bestaat uit grasland, niet in gebruik voor graszaadteelt of vallend onder de braakregeling
  • Er geldt een rustperiode van 1 april tot 16 juni. Bewerking en beweiding zijn gedurende de rustperiode niet toegestaan
  • De beheerseenheid is minimaal 3 meter breed en 50 meter lang, maar beslaat bij voorkeur de gehele lengte van de perceelrand
Stimuleringspremie pakketcode 2

Pakketcode

Stimuleringspremie per hectare

2

EUR 500,-

Aanpassing gewas ten behoeve van weidevogels

  • De beheerseenheid wordt speciaal ten behoeve van weidevogels ingezaaid
  • Mogelijke gewassen zijn diverse graansoorten, met uitzondering van maïs
  • Na het inzaaien van de beheerseenheid mogen geen bewerkingen meer plaatsvinden
  • Maaien of oogsten is niet toegestaan vóór 16 juni
  • De beheerseenheid is minimaal 0,5 hectare groot
Stimuleringspremie pakketcode 3

Pakketcode

Stimuleringspremie per hectare

3

In overleg

Nestbescherming grasland- en graanbroeders

  • Uitsluitend nesten gelegen op percelen waar gras of graan groeit en die regulier bewerkt worden komen in aanmerking; combinatie met randenbeheer is bij grasland mogelijk
  • De aanvrager staat vrijwilligers toe op zijn land nesten te zoeken en te beschermen
  • Nesten van de volgende soorten komen voor de volgende vergoeding in aanmerking: wulp, grutto, graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart
  • Overige, zeldzame soorten in overleg
  • In geval van beweiding moet een nest met behoud van dekking uitgepaald worden. Bij bewerkingen moet eveneens de dekking in tact blijven. Hiervoor gelden de volgende maten:
    • - wulp en grutto 5 x 5 meter
    • - graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart 4 x 4 meter
  • Bij bemesting wordt een nest middels afdekken beschermd
  • Nadat het nest is uitgekomen blijft het graseiland staan tot het perceel gemaaid wordt
  • Als een nest niet uitkomt, maar de beschermingsmaatregelen correct zijn uitgevoerd, vindt wél uitbetaling plaats
  • Als de aanmeldingen het budget overschrijden dan zal per nest een lager bedrag worden uitgekeerd
Stimuleringspremie pakketcode 4

Pakketcode

Stimuleringspremie per hectare

4

Wulp EUR 60,-
Grutto EUR 60,-
Graspieper EUR 40,-
Veldleeuwerik EUR 40,-
Gele Kwikstaart EUR 40,-

Hoe dient u een aanvraag voor een beheersovereenkomst in?

Een overeenkomst voor uitgesteld maaibeheer, vlakdekkend of rand, kan alleen worden aangevraagd middels een speciaal aanvraagformulier. Dit formulier is opvraagbaar bij de 'coördinator uitvoering stimuleringsregeling' de heer R. van de Laar tel. 06-53956603.
In samenwerking met de coördinator wordt een plattegrond gemaakt waarop de beoogde beheerseenheid staat aangegeven.

Aanvraagtermijn

Een aanvraag voor vlakdekkend beheer of randenbeheer kan worden aangevraagd tot 21 maart.
Een vergoeding voor nestbescherming kan telefonisch voorafgaand en tijdens het broedseizoen worden aangevraagd met als uiterste datum 1 juli.

Behandeling

De stimuleringsregeling is alleen van toepassing op gronden gelegen binnen het convenantgebied Sint Oedenrode - Schijndel.
In te brengen gebieden worden getoetst op hun waarde voor weidevogels. Op het perceel mogen in ieder geval geen struiken of bomen aanwezig zijn. Bij onvoldoende geschiktheid kan de aanvraag met schriftelijke motivatie worden geweigerd.
De aanvrager wordt tijdig geïnformeerd omtrent de beschikking.
Uitgangspunt is ook dat wie het eerst komt die het eerst maalt.

Looptijd van de overeenkomst

Voor alle pakketten geldt een looptijd van 1 jaar. Verlenging van de overeenkomst is mogelijk als de beheerder de voorschriften correct heeft nageleefd en de beheerseenheid aantoonbare waarde heeft gehad voor weidevogels. De begeleidingscommissie behoudt zich echter het recht voor op budgettaire gronden de overeenkomst niet te verlengen. Zij stelt de aanvrager tijdig schriftelijk in kennis van haar besluit.

Naleving en controle

De aanvrager stemt in met controle op de naleving van de beheersvoorschriften.
Bij het in gebreke blijven van de beheerder kan deze hierop worden aangesproken.
Niet naleven van de beheersvoorschriften of weigering de aanbevelingen op te volgen wordt gerapporteerd aan de begeleidingscommissie en kan consequenties hebben voor de uitbetaling.

Uitbetaling

Als de begeleidingscommissie van oordeel is dat de beheerder heeft voldaan aan de beheersvoorschriften dan gaat zij binnen redelijke termijn en niet later dan het einde van het kalenderjaar voor welke de overeenkomst is aangegaan over tot uitbetaling.
Als de begeleidingscommissie van oordeel is dat de beheerder tekort geschoten is in de naleving van de beheersvoorschriften dan kan zij besluiten een bedrag in mindering te brengen evenredig aan de ernst van het tekortschieten.
Bij een zeer gebrekkige naleving kan de begeleidingscommissie besluiten het gehele bedrag niet uit te keren.
De begeleidingscommissie kan alleen overgaan tot korting op de uitkering of het achterwege laten daarvan als de beheerder tijdens het seizoen is gewezen op zijn tekortschieten ten aanzien van de beheersvoorschriften door een daartoe door de begeleidingscommissie gemachtigde controleur en hij de bindende adviezen van de controleur niet heeft opgevolgd.
Ten aanzien van nestbetaling wordt de aanvrager ten tijde van de aanvraag op de hoogte gesteld van de mogelijkheid dat door overvraging een lager bedrag zal worden uitgekeerd dan in de regeling is aangegeven.