Schijndel werkt alleen op afspraak om u beter van dienst te zijn
Weidevogels
Nederland belangrijk land voor weidevogels
- Kale vochtige weilanden
- Grutto (Black-tailed Godwit, Limosa limosa )
- Gele kwikstaart (Blue-headed Wagtail, Motacilla flava)
- Kievit (Lapwing, Vanellus vanellus)
- Patrijs (Grey Partridge, Perdix perdix )
- Scholekster ((Eurasian) Oystercatcher, Haematopus ostralegus )
- Veldleeuwerik (Skylark, Alauda arvensis)
- Wulp ((Eurasian) Curlew, Numenius arquata)
- Steenuilen in Schijndel
- Weidevogelbescherming in Brabant
- Weidevogelgroep Schijndel
- Stimuleringsregeling weidevogels
Kale vochtige weilanden
Ons
land heeft nog steeds veel kale vochtige weilanden en daar houden weidevogels
van. Zo hebben ze ruimte genoeg en kunnen ze met hun snavels makkelijk in de
grond prikken om allerlei wormen en insecten op te zoeken.Veengebieden en steppen
Heel vroeger leefden deze vogels vooral in veengebieden en op steppen. Omdat
Nederland voor een groot deel begroeid was met bos, waren er lang niet zoveel
weidevogels als nu. Voor de landbouw zijn de afgelopen duizend jaar veel bossen
gekapt en werden er weilanden en akkers van gemaakt. Omdat veel veengebieden en
moerassen verloren gingen zijn de weidevogels verhuisd naar onze weilanden en
akkers en daarom noemen wij ze nu weidevogels.
Maar met de moderne manier van boeren, krijgen weidevogels het steeds moeilijker (zie bij bedreigingen).
Maar met de moderne manier van boeren, krijgen weidevogels het steeds moeilijker (zie bij bedreigingen).
Nestvlieders
Alle grotere weidevogels zijn zogenaamde nestvlieders. Als de jongen uit het
ei zijn gekropen, verlaten ze binnen een dag het nest. De jongen worden ook niet
gevoerd door de ouders (alleen de scholekster doet dat wel). Ze moeten meteen
zelf hun kostje bij elkaar scharrelen. Om ervoor te zorgen dat alle jongen
tegelijk het nest verlaten, begint het vrouwtje pas te broeden als alle eieren
(meestal 4) gelegd zijn.
Grutto (Black-tailed Godwit, Limosa limosa )
Grutto's,
met een lengte van 36-44 cm, zijn dè ambassadeurs van het Nederlandse
polderlandschap. Nergens ter wereld is deze van oorsprong op riviergraslanden en
hoogvenen broedende vogel zo talrijk als in de contreien van oer-vaderlandse
dorpen als Broek-in-Waterland of St. Nicolaasga. Zelfs binnen de stadsgrenzen
van Amsterdam broeden meer grutto's dan in heel Groot-Brittannië en Frankrijk
tezamen! Nederlandse grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden en
leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. De winter
wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. Oorspronkelijk
broedden grutto's op riviergraslanden en hoogvenen. Vandaag de dag zijn grutto's
in die gebieden nauwelijks nog te vinden. De grutto heeft een, tot recentelijk,
uitstekend habitat gevonden in graslanden in agrarisch gebruik. Nu verdwijnt de
grutto ook daar bijzonder snel. Er is nog een gruttosoort, de Rosse Grutto
(Limosa lapponica lapponica). Deze broedt niet in Nederland maar overwintert
hier in vrij groot aantal. De grutto heeft ook een ondersoort, de 'IJslandse
grutto' (Limosa limosa islandica), welke in klein aantal doortrekt. Enkele
ijslandse grutto's overwinteren in Nederland. Grutto's trekken meestal terug
naar hun geboorteplaats en zijn daar sterk trouw aan: meestal broeden ze
hoogstens enkele honderden meters van hun geboorteplaats.Nederland voor grutto’s belangrijk
Ongeveer 80% van alle Noordwest-Europese grutto’s broedt in ons land. Dat
zijn tussen de 75.000 en 95.000 paren. Grutto’s broeden niet op akkers en willen
graag lang gras. De 4 eieren worden 22-25 dagen bebroed. In september vertrekken
de vogels naar Afrika. In februari keren ze weer terug. Ook grutto’s maken al
roepend mooie baltsvluchten. Nog meer dan de kievit willen grutto’s een drassige
bodem, zodat ze met hun lange snavel diep in de grond kunnen peuren.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: In grote delen van het land is het aantal grutto's tot in de jaren vijftig toegenomen. De toegenomen voedselrijkdom door de intensievere bemesting was daar debet aan. Omstreeks midden jaren zestig kon de grutto het tempo van de agrarische veranderingen niet meer bijbenen. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan: Anno 1990 naar schatting een kwart minder grutto's in kerngebieden en 50 tot 100 procent minder in de overige broedgebieden. Een schatting van de totale populatie voor midden jaren tachtig komt op 85.000 tot 100.000 paar. Inmiddels is de stand opnieuw drastisch afgenomen: er resteren nog 46.000 paren (2000) en de populatie neemt nog steeds fors af.
Trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: In grote delen van het land is het aantal grutto's tot in de jaren vijftig toegenomen. De toegenomen voedselrijkdom door de intensievere bemesting was daar debet aan. Omstreeks midden jaren zestig kon de grutto het tempo van de agrarische veranderingen niet meer bijbenen. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan: Anno 1990 naar schatting een kwart minder grutto's in kerngebieden en 50 tot 100 procent minder in de overige broedgebieden. Een schatting van de totale populatie voor midden jaren tachtig komt op 85.000 tot 100.000 paar. Inmiddels is de stand opnieuw drastisch afgenomen: er resteren nog 46.000 paren (2000) en de populatie neemt nog steeds fors af.
Hoe klinkt een grutto?
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de grutto.
Meer informatie over grutto's:
http://www.grutto.nl/
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Gele kwikstaart (Blue-headed Wagtail, Motacilla flava)
De
gele kwikstaart heeft een groot verspreidingsgebied. De vogels hebben een
voorkeur voor open landbouwgebieden met een dichte vegetatie van 40 tot 65 cm.
hoogte. Ze eten insecten en zoeken naar allerlei dierlijke eiwitten. Daarbij
wippen ze de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer: het
typische 'kwikken' van de staart.Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: Het gele kwikstaartenbestand is de laaste decennia geslonken van zo'n 40.000 tot 70.000 paren naar ongeveer 40.000 tot 50.000 paren.
Trek/stand/winter: Trekvogel
Trend en aantal: Het gele kwikstaartenbestand is de laaste decennia geslonken van zo'n 40.000 tot 70.000 paren naar ongeveer 40.000 tot 50.000 paren.
Hoe klinkt een gele kwikstaart?
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de gele kwikstaart.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Kievit (Lapwing, Vanellus vanellus)
De
lucht kan er op mooie dagen in het voorjaar van vervuld zijn: 'Tjoewiet', de
kreet van de kievit die zijn eigen naam roept. De spectaculaire buitelende
capriolen, het elegante pak en de kuif als een lange veer op de hoed van een
Musketier verschaffen de kievit een gracieus voorkomen. De kievit (lengte van snavelpunt tot staartpunt: 28-31 cm) is de meest bekende weidevogel. Kieviten broedden oorspronkelijk op grassteppen in gematigd Europa en Azië. Deze habitat werd echter al snel door de mens in gebruik genomen om vee te weiden en gewassen te verbouwen. De kievit heeft zich hieraan goed aangepast en het is één van de weinige soorten die zich goed in stand kan houden op akkers en weilanden in Nederland. Bij gevaar veinst een kievit een gebroken vleugel en probeert zo een nadende wezel, vos of hermelijn weg te lokken bij het nest. In Friesland (en Groningen) bestaat een oude traditie; kievitseieren worden vroeg in het broedseizoen gezocht. In 'ruil' voor het leeghalen van de nesten worden vervolglegsels beschermd. Dat deze nestbescherming ook kan zonder eieren te rapen is natuurlijk duidelijk; wie het om de bescherming van vogels gaat, neemt niet eerst de eieren weg, ook niet van een algemene soort.
Vanaf
februari keren de meeste kieviten terug naar de broedplaatsen. Ze beginnen dan
meteen het territorium af te bakenen. Als er een vrouwtje voorbij vliegt, proberen de mannetjes al buitelend en roepend het vrouwtje in hun territorium te houden. Als je trouwens goed kijkt zul je zien dat kieviten veel meer kleuren hebben. Naast zwart en wit hebben ze ook groene, blauwe en bruine veren. De nesten worden vooral gemaakt op kale akkers of weilanden met kort gras. Het broedenduurt ongeveer 28 dagen en wordt vooral door het vrouwtje gedaan.
De jongen kunnen na ongeveer 5 weken vliegen. In Nederland broeden 200.000 – 275.000 paren.
De volwassen kieviten trekken in de winter naar Engeland. De jonge vogels trekken naar Frankrijk, Spanje en Noord-Afrika. Vanuit Noorden Oost-Europa komen grote aantallen in de winter naar ons land. In bevroren grond kunnen ze geen voedsel zoeken; daarom trekken ook deze vogels weg als het gaat vriezen maar komen weer terug als het
dooit.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Het aantal kieviten is vrij constant. De verspreiding van de kievit in Nederland verandert echter, doordat het landschap aan voortdurende veranderingen onderhevig is. Broedden kieviten vroeger voornamelijk in kleinschalige cultuurlandschappen, tegenwoordig zijn ze vooral te vinden op maisakkers en grote open weidegebieden. In sommige landen (waaronder Ierland) is echter zichtbaar dat bij zeer sterke intensivering van het landgebruik zelfs kieviten niet flexibel genoeg zijn om te kunnen overleven. De populatie is daar plotseling ingestort. In Nederland lijkt de situatie voor de kievit vooralsnog prima; in 2000 werden 200.000 tot 300.000 broedparen vastgesteld.
Trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Het aantal kieviten is vrij constant. De verspreiding van de kievit in Nederland verandert echter, doordat het landschap aan voortdurende veranderingen onderhevig is. Broedden kieviten vroeger voornamelijk in kleinschalige cultuurlandschappen, tegenwoordig zijn ze vooral te vinden op maisakkers en grote open weidegebieden. In sommige landen (waaronder Ierland) is echter zichtbaar dat bij zeer sterke intensivering van het landgebruik zelfs kieviten niet flexibel genoeg zijn om te kunnen overleven. De populatie is daar plotseling ingestort. In Nederland lijkt de situatie voor de kievit vooralsnog prima; in 2000 werden 200.000 tot 300.000 broedparen vastgesteld.
Hoe klinkt een kievit?
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de kievit.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Patrijs (Grey Partridge, Perdix perdix )
Patrijzen
zijn standvogels van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen.
Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich erg goed
aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. In Nederland komt
de soort verspreid voor. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt
afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen. Patrijzen
eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste
weken louter van insekten en ander klein gedierte. De patrijs is altijd een
favoriet doelwit geweest voor jagers. De aantallen patrijzen nemen, door
schaalvergroting in de landbouw, dramatisch af.Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Standvogel
Trend en aantal: Tot ver in deze eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met een populatie van naar schatting enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig wordt gesproken van een afname, die met name in de jaren zestig en zeventig schrikbarende vormen heeft aangenomen en welke nog steeds voortduurt. Rond 1975 bedroeg het totaal aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. Inmiddels kunnen we spreken van nog slechts 10.000 paren. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. Het zuidwesten komt er relatief goed vanaf, al is ook hier sprake van een niet mis te verstane afname. Inmiddels is de patrijs uit grote delen van Nederland aan het verdwijnen.
Trek/stand/winter: Standvogel
Trend en aantal: Tot ver in deze eeuw was de patrijs een algemene broedvogel, met een populatie van naar schatting enkele honderdduizenden broedparen. Vanaf de jaren vijftig wordt gesproken van een afname, die met name in de jaren zestig en zeventig schrikbarende vormen heeft aangenomen en welke nog steeds voortduurt. Rond 1975 bedroeg het totaal aantal broedparen minder dan 50.000 en begin jaren negentig was het verder geslonken tot 20.000-25.000 paar. Inmiddels kunnen we spreken van nog slechts 10.000 paren. De afname is het sterkst in het oosten en midden van het land. Het zuidwesten komt er relatief goed vanaf, al is ook hier sprake van een niet mis te verstane afname. Inmiddels is de patrijs uit grote delen van Nederland aan het verdwijnen.
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de patrijs.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Scholekster ((Eurasian) Oystercatcher, Haematopus ostralegus )
Scholeksters
zijn vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers met een lengte van 40-45 cm,
die algemeen in het binnenland kunnen worden aangetroffen. De grootste aantallen
bevinden zich in het Noorden en Westen van het land, de Veluwe, Zuid-Limburg en
Flevoland huisvesten nauwelijks Scholeksters. Opvallend is dat scholeksters vaak
allemaal dezelfde kant op zitten, zodat ze elkaar niet hinderen wanneer gevlucht
moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt altijd een onderlinge
afstand van ongeveer een meter gehandhaafd.
In
heel Noordwest-Europa broeden ongeveer 200.000 paren scholeksters. In Nederland broedt bijna de helft, ongeveer 80.000 tot 100.000 paar. In ons land overwintert 3/4 van alle Europese scholeksters. Je ziet ze dan vooral in de Waddenzee en in Zeeland. In het voorjaar trekken veel van de vogels het binnenland in om er te broeden.
Scholeksters zijn opvallende vogels. Ze zijn zwart-wit met knalrode poten en snavel. Met veel kabaal maken ze duidelijk wat hun territorium is. Ze broeden steeds meer op kale akkers en weilanden met kort gras. Er worden meestal 3 eieren gelegd. Na 25 dagen komen de jongen uit het ei. In tegenstelling tot andere jonge weidevogels, worden jonge
scholeksters wel gevoerd door de ouders. Zo is het mogelijk dat de vogels ook op platte daken broeden. Ze leggen de eieren daar in het grind en de ouders vliegen dan af en aan met voedsel.
Status: Broedvogel
Trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Recentelijk is het aantal scholeksters drastisch afgenomen, als gevolg van voedselschaarste in de Waddenzee. De aantallen die in de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (SOVON, 2002) worden genoemd, namelijk 80.000 - 130.000 paren, zijn dan ook achterhaald. Over de preciese omvang van de Nederlandse populatie bestaat echter door problemen met de uivoering van tellingen, enige onduidelijkheid.
Trek/stand/winter: Standvogel, doortrekker en wintergast
Trend en aantal: Recentelijk is het aantal scholeksters drastisch afgenomen, als gevolg van voedselschaarste in de Waddenzee. De aantallen die in de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (SOVON, 2002) worden genoemd, namelijk 80.000 - 130.000 paren, zijn dan ook achterhaald. Over de preciese omvang van de Nederlandse populatie bestaat echter door problemen met de uivoering van tellingen, enige onduidelijkheid.
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de scholekster.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Veldleeuwerik (Skylark, Alauda arvensis)
Geen
heideveld is compleet zonder veldleeuweriken. De uitbundig klinkende zang kan op
mooie dagen in het voorjaar van grote hoogte gehoord worden. De mannetjes maken
spectaculaire zangvluchten. Eerst klimmen ze tot een hoogte van soms meer dan
honderd meter, luid zingend schroeven ze weer omlaag om bij het vrouwtje in de
buurt te landen. Helaas gaat het de laatste decennia niet goed met de
veldleeuwerik en verdwijnt de uitbundige zang langzaam maar zeker uit de lucht.
Verschillende ontwikkelingen in het landelijk gebied, heiden en duinen zijn
daarvan de oorzaak en de afname lijkt nog altijd niet minder te worden.Status: Algemene broedvogel
Trek/stand/winter: Trekvogel, standvogel en wintergast
Trend en aantal: Het gaat niet goed met de veldleeuwerik. De aantallen broedende vogels nemen hals-over-kop af. In de jaren 1970 broedden zo'n 500.000 tot 750.000 paren in Nederland. Dat aantal is bijzonder sterk afgenomen; in de periode 1998 - 2000 werden nog slechts 50.000 tot 70.000 paren vastgesteld. Dat is dus nog slechts 10% van het aantal veldleeuweriken!
Trek/stand/winter: Trekvogel, standvogel en wintergast
Trend en aantal: Het gaat niet goed met de veldleeuwerik. De aantallen broedende vogels nemen hals-over-kop af. In de jaren 1970 broedden zo'n 500.000 tot 750.000 paren in Nederland. Dat aantal is bijzonder sterk afgenomen; in de periode 1998 - 2000 werden nog slechts 50.000 tot 70.000 paren vastgesteld. Dat is dus nog slechts 10% van het aantal veldleeuweriken!
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de veldleeuwerik.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Wulp ((Eurasian) Curlew, Numenius arquata)
'De
wulp wijst naar zijn gulp' luidt het ezelsbruggetje. De wulp is mewt een lengte
van 50-60 cm onze grootste weidevogel. Het is een onmiskenbaar grote
bruingespikkelde vogel met een lange omlaag gebogen snavel. Wulpen zijn vooral
te zien in het oosten van het land: Drenthe, Overijssel en Noord-Brabant
herbergen het leeuwendeel van de Nederlandse wulpen. Ook de Waddeneilanden
huisvesten veel wulpen. In Nederland zijn 6.500 tot 8.000 broedparen. Het geluid
van de wulp is zeer kenmerkend en wie het eenmaal kent zal het niet snel
vergeten. Het is een mysterieus aanzwellend geluid, dat vooral in de ochtend- en
avondstilte bijzonder ver kan dragen. Vroeger broedden ze vooral in de duinen en op heidevelden. Nu broeden ze ook veel op graslanden. De 4 eieren worden ongeveer 28 dagen bebroed. De jongen zijn na 7 weken zelfstandig. Wulpen overwinteren vooral langs de kusten van Europa en Afrika. Als onze wulpen wegtrekken, komen er uit andere delen van Europa wulpen naar ons land.
Status: Broedvogel
Trend en aantal: Het aantal wulpen in Nederland wordt vastgesteld op ongeveer 6.900 paren (6.400 tot 7.400). Dat aantal komt overeen met schattingen uit de periode 1979-1985, maar is veel meer dan de aantallen die in 1973-1977 zijn vastgesteld.
Trend en aantal: Het aantal wulpen in Nederland wordt vastgesteld op ongeveer 6.900 paren (6.400 tot 7.400). Dat aantal komt overeen met schattingen uit de periode 1979-1985, maar is veel meer dan de aantallen die in 1973-1977 zijn vastgesteld.
Hoe klinkt een wulp?
Om te beluisteren:
geluidsfragment
van de wulp.
Met dank aan de Weidevogelgroep Schijndel e.o. en de Vogelbescherming
Nederland
Steenuilen in Schijndel
De
steenuil, de kleinste uil in Nederland, heeft het moeilijk. In verband met de
ruilverkaveling en het verdwijnen van veel knotwilgen en houtwallen, is de
steenuil veel nestgelegenheid kwijtgeraakt. Een werkgroep in Schijndel probeert
daar wat aan te doen.De steenuil is ongeveer 22 cm hoog en heeft een spanwijdte van 56 cm. Zijn
leefgebied is een kleinschalig open landschap met constante begrazing met
houtwallen, knotwilgen, en struikgewas. Hij leeft van insecten, regenwormen,
muizen en soms vogeltjes. De steenuil houdt van zon en bij vochtig weer kun je
hem vaak waarnemen in een nis van een schuur of een andere beschutte plaats.
Deze vogel blijft vaak langdurig in het zelfde territorium maar door
veranderingen in de leefomgeving kan hij snel verstoord worden. Het broedseizoen
begint vroeg in april en de jongen vliegen in juni uit.
De laatste jaren is de populatie flink afgenomen tot ongeveer 8000 broedparen
in Nederland. Hij staat dan ook op de rode lijst van bedreigde vogels. Daarom is
een groep vrijwilligers van de Uilenwerkgroep (Werkgroep Steenuil Monitoring
Schijndel) al een tijdje bezig met het lokaliseren van de leefgebieden van de
steenuil in en rond Schijndel. Op het moment dat de verschillende locaties
bekend zijn, wordt gekeken of het zinvol is de steenuil een nieuwe huisvesting
te bieden in de vorm van een speciale steenuilennestkast.
Dankzij de medewerking van inwoners van Schijndel zijn er al verschillende
steenuilenkasten geplaatst. Wie denkt zelf een steenuil in zijn omgeving te
hebben gezien, kan contact opnemen met Addie van der Heyden (073-5478360)
Uilenwerkgroep Schijndel of met Ton Popelier (073-5479114) van de Werkgroep
Steenuil Monitoring Schijndel.
Weidevogelbescherming in Brabant
Vrijwillige weidevogelbescherming wordt in Brabant gecoördineerd door
Brabants Landschap. Er zijn ruim 40 weidevogelgroepen actief. Meer informatie is
te vinden op de site
http://www.brabantslandschap.nl/
Weidevogelgroep Schijndel
Weidevogelgroep
Schijndel
In en om de gemeente Schijndel worden de weidevogels, hun legsels en jongen
beschermd door de vrijwilligers en agrariërs die aangesloten zijn bij
Weidevogelgroep Schijndel e.o. Dankzij deze samenwerking worden jaarlijks
honderden legsels gespaard bij agrarische werkzaamheden.
Geschiedenis
Het afsluiten van het weidevogelconvenant in de Rooise- en Schijndelse Heide
in 1996 vormde het begin van vrijwillige weidevogelbescherming in Schijndel. In
de beginjaren waren slechts 4 vrijwilligers actief bij enkele boeren. Het
project kwam vanaf 1999 in een stroomversnelling dankzij intensieve samenwerking
met en begeleiding door Brabants Landschap. Tientallen vrijwilligers sloten zich
aan en ook het aantal deelnemende boeren nam snel toe. Inmiddels doen er zo'n 45
vrijwilligers en 70 boeren mee en de groei is er nog niet uit. Er is nauwelijks
verloop binnen de groep, want er heerst een prima sfeer en daarnaast is
weidevogelbescherming een leuke en zinvolle bezigheid.
Wat doen de vrijwilligers?
De vrijwilligers gaan vanaf half maart tot eind mei of begin juni in groepjes
van 2 tot 4 personen minimaal één dagdeel per week het veld in. Op percelen van
de deelnemende boeren zoeken zij met behulp van een verrekijker naar de legsels
van weidevogels. Het observeren van het gedrag van de oudervogels is hierbij erg
belangrijk, zeker als de eieren in het hoge gras verborgen liggen. Soms is het
beter om percelen lopend af te zoeken. Een redelijke conditie, een verrekijker
en een paar regenlaarzen zijn onmisbaar voor vrijwilligers.
Wat doen de boeren?
Vroeg in het jaar bezoekt een vrijwilliger de boer om voor het komende
broedseizoen afspraken te maken over de bescherming op zijn bedrijf. De bij
drage van de boer aan de bescherming bestaat uit het toelaten van een vast
groepje vrijwilligers op zijn grond om nesten te zoeken en te markeren. Deze
nesten ontziet hij vervolgens zo goed mogelijk bij het bewerken van zijn land.
Verder informeert de boer zijn loonwerker over de aanwezigheid van nesten en het
belang ze te sparen. Ook boeren hebben lol in de aanwezigheid van weidevogels op
het boerenland. Dit is voor velen van hen de grootste drijfveer om mee te doen
aan weidevogelbescherming.
Bescherming van de jongen
Jonge weidevogels zoals grutto's en wulpen verblijven graag in hoog gras en
moeten beschermd worden tegen de maaimachines. Daarom geven boeren ruim een dag
voor het maaien een seintje aan de vrijwilligers. Zij plaatsen dan lange stokken
met plastic zakken die ervoor zorgen dat de oudervogels met hun jongen voor het
maaien de percelen verlaten.
Werkgebied
Weidevogelgroep Schijndel is actief in nagenoeg alle gebieden in en om
Schijndel waar weidevogels in een redelijke dichtheid broeden. Naast de boeren
in het convenantgebied Rooise- en Schijndelse Heide nemen inmiddels ook boeren
in de gebieden Vlagheide, Wijbosch en het gebied tussen Schijndel en Den Dungen
enthousiast deel aan het project. Verder worden nog enkele kleine populaties
verspreid over de gemeente beschermd, vaak nadat de betreffende boer zelf
contact opnam met de groep.
Training van nieuwe weidevogelbeschermers
Om goed voorbereid het veld in te kunnen gaan volgen nieuwe vrijwilligers en
soms ook boeren een basiscursus van 2 avonden. Vrijwilligers worden daarna
gedurende enkele seizoenen begeleid door een ervaren weidevogelbeschermer of
door een veldmedewerker van Brabants Landschap. Om de kennis van de groep op
peil te houden en bij te spijkeren wordt 1 of 2 keer per jaar een
verdiepingscursus, lezing of quiz georganiseerd.
Resultaten
Werden er de eerste jaren steeds zo'n 10 à 20 legsels per jaar gevonden en
beschermd, de laatste jaren is dat aantal behoorlijk opgelopen. 2002 gold als
een recordjaar. Er werden toen 515 legsels gevonden van 10 soorten weidevogels.
69% van de legsels kwam uit. Vanwege de grote droogte tijdens het broedseizoen
2003 liep het aantal gevonden legsels terug tot 404. Slechts 4% van deze legsels
ging verloren door werkzaamheden; een bewijs van betrokkenheid van de boeren en
loonwerkers. Toch was het uitkomstpercentage met 57% lager dan gewenst. 2004 was
een slecht jaar: slechts 47,4% van de legsels kwam uit. Predatie was de grootste
oorzaak van het verlies van de legsels (35%).
Eierrapers
Het grootste probleem werd in broedseizoen 2004, maar ook al in 2003, gevormd
door eierrapers. Hoewel het rapen van kieviteieren met de invoering van de
Flora- en Faunawet in Brabant verboden is en er door diverse instanties
intensief is gecontroleerd werd toch een behoorlijk percentage weggehaald door
eierrapers. Een groot gedeelte van de legsels werd door mensenhanden uit de
nestkuil geraapt. Vaak ging het om bebroede legsels, soms zelfs van grutto's. De
groep heeft contact gezocht met politie en opsporingsambtenaren. Dankzij de
bemiddeling van de toenmalige wethouder Ger Wouters besteedde de politie extra
aandacht aan dit jaarlijks terugkerende probleem. Ook buitengewone
opsporingsambtenaren van onder andere provincie, gemeente en wildbeheereenheid
waren zeer regelmatig in het veld. Hoewel aan het begin van het seizoen toch nog
enkele nesten werden leeggehaald - wat dit jaar extra frustrerend was omdat de
vogels het ook zonder eierrapers al moeilijk genoeg hadden - is deze actie
succesvol geweest. Ook de aankondiging in het Schijndels Weekblad heeft mogelijk
preventief gewerkt.
Predatie
Een meer natuurlijk probleem dat zich voordeed werd gevormd door predatie
(het eten van de ene door de andere diersoort). Meer dan ooit werden nesten l e
egg ehaald door onder andere vossen en kraaien, maar ook bunzings en andere
kleine marterachtigen gaven er blijk van een lekker eitje niet te versmaden. En
blijkbaar smaakte het naar meer want vrijwilligers troffen - ondanks genomen
preventieve maatregelen - de eerder gevonden nesten week op week leeg aan, vaak
met de pootafdrukken van het ongewenste bezoek duidelijk rond de nestplaats.
Mogelijk is er een relatie tussen de toegenomen predatie en de door een
dodelijke virusziekte afgenomen konijnenstand.
Oplossing?
Wanneer de predatie in een gebied toeneemt wordt al snel geroepen dat dat
komt door de bescherming die de vos geniet sinds de invoering van de Flora-
& Faunawet. Afschot zou dan de enige logische oplossing zijn. Wanneer we de
leeggehaalde nesten echter aan een nader onderzoek onderwerpen zien we al gauw
dat de vos zeker niet de enige boosdoener is. Ook bijvoorbeeld kraaien en kleine
marterachtigen, reigers, buizerds, egels en eerder genoemd: de mens lust ook
graag zo'n gemakkelijk te verschalken eitje. Wanneer we dat in ogenschouw nemen
wordt afschot al veel minder logisch, ook al omdat vossen ook kraaien en kleine
marterachtigen eten. Een verlaging van alleen het aantal vossen zou dus een
verhoging van de predatie door die soorten in kunnen houden: slechts een verpla
atsing van het probleem. Bovendien is het niet uitgesloten dat vossen op het
wegvallen van een aantal exemplaren reageren met het verhogen van het aantal
jongen per nest: een volkomen natuurlijke reactie.
Al met al een probleem dat niet gemakkelijk op te lossen is. Voor komend seizoen is alle hoop gevestigd op de zich herstellende konijnenstand. Ook worden waar mogelijk de preventieve maatregelen nog aangescherpt.
Al met al een probleem dat niet gemakkelijk op te lossen is. Voor komend seizoen is alle hoop gevestigd op de zich herstellende konijnenstand. Ook worden waar mogelijk de preventieve maatregelen nog aangescherpt.
Bescherming tegen landbouwactiviteiten succesvol
Al met al is door bovenstaande problemen slechts 47,4% van de gevonden
legsels uitgekomen. Toch kunnen we zeggen dat ons doel (het beschermen van
weidevogellegsels tegen landbouwactiviteiten) ook dit jaar weer is bereikt:
slechts 7,3% van de opgespoorde legsels ging verloren door
landbouwwerkzaamheden. De aangesloten boeren werkten ook dit jaar weer om zeer
veel gemarkeerde legsels heen, soms wel 5 à 6x per legsel. Zonder
beschermingsmaatregelen zouden de meeste weidevogellegsels in het gebied
verloren zijn gegaan.
Succes stimuleringsregeling
In het kader van de stimuleringsregeling werd ten behoeve van weidevogels een
perceel in de Schijndelse heide ingezaaid met gerst. Dit gebeurde vlak voor het
broedseizoen. Het perceel bevindt zich in een deel van het gebied waar o.a.
kieviten en grutto's broeden. Het moment van inzaaien bleek exact gepland. Het
gewas was erg kort toen de kieviten broedden - zij zien eventueel gevaar graag
aankomen - en omdat het land niet meer hoefde te worden bewerkt konden de
kieviten ongestoord door landbouwactiviteiten hun legsels uitbroeden. De jonge
kieviten vonden er schuilgelegenheid. Bij onraad werden ze direct het gerst in
geroepen. Grutto's broeden vaak iets later en maken hun nest graag in een wat
langer gewas vanwege de camouflage. Ook voor het had het gewas precies de juiste
lengte. Tot slot konden ook de jonge grutto's er in schuilen en fourageren. Ook
dat was perfect getimed, want op het moment dat veel grutto's jongen hadden werd
her en der het gras gemaaid. Gele kwikstaarten en diverse andere soorten werden
waargenomen. Dit perceel was van grote waarde voor diverse soorten weidevogels
en de premie die de boer ontving meer dan waard!
Vogels op nieuwe percelen
Mogelijk vanwege de aanwezigheid van diverse soorten predatoren zijn veel
kieviten verhuisd naar percelen waar ze nooit eerder zijn waargenomen. Boeren
die - al dan niet voor het eerst - weidevogels op hun land aantreffen en hulp
willen bij het opsporen en beschermen van de nesten vragen wij contact op te
nemen met het secretariaat van de weidevogelroep (073) 5479114.
Kavelaanvaardingswerken
Met de landinrichtingscommissie is de afspraak gemaakt dat die percelen waar
weidevogels broeden zo veel mogelijk als eerste in orde gemaakt zullen worden,
zodat deze in de winter in orde zullen zijn en de vogels volgend broedseizoen
niet verstoord zullen worden door deze werkzaamheden. Tijdens de winter wordt er
door de weidevogelbeschermers gepuzzeld: veel percelen veranderen immers van
eigenaar. Welke grond wordt van wie en waar precies komen de grenzen? Welke
vrijwilliger loopt bij welke boer? Mogelijk komen er nieuwe eigenaren in het
gebied met wie afspraken gemaakt moeten worden. Vrijwilligers zullen soms met
andere boeren samenwerken dan ze gewend zijn. Kortom: een hele klus! Gelukkig
heeft de landinrichtingscommissie ook hier haar medewerking toegezegd en in de
praktijk is gebleken dat bijna alle boeren graag meewerken aan
weidevogelbescherming!
Nieuwe vrijwilligers
Sommige zoekgroepjes kunnen nog wat versterking gebruiken bij hun
beschermingsactiviteiten. Enkele nieuwe vrijwilligers hebben zich reeds
aangemeld. Er is nog plaats voor enkele enthousiaste nieuwe mensen.
Actueel
De Weidevogelgroep Schijndel en omgeving heeft een officiële
verenigingsstatus. Door de jeugd van de groep is een actie wintervoedering
opgezet. Mooie voedermaterialen zijn geproduceerd voor de tuinvogels. Deze
worden verkocht ten behoeve van de weidevogelkas. Voor meer info: Anja Popelier,
tel. (073) 5479114.
Meer informatie of aanmelding
Voor aanmelding als deelnemend agrariër of vrijwilliger, voor meer informatie
over weidevogelbescherming, of wanneer u de nieuwsbrief van Weidevogelgroep
Schijndel wilt ontvangen kunt u contact opnemen met de secretaris van
Weidevogelgroep Schijndel, Anja Popelier
Buntweg 11
5481 SB Schijndel
(073) 5479114
e-mail: a.popelier@hetnet.nl
Buntweg 11
5481 SB Schijndel
(073) 5479114
e-mail: a.popelier@hetnet.nl
Stimuleringsregeling weidevogels
Stimuleringsregeling weidevogels in convenantgebied Sint Oedenrode - Schijndel
De begeleidingscommissie van het weidevogelconvenant St. Oedenrode biedt
boeren en grondgebruikers de mogelijkheid om in het convenantgebied een
beheersovereenkomst af te sluiten. De pakketten beogen het biotoop van
weidevogels gedurende het broedseizoen te verbeteren. De biotoopverbetering is
een belangrijke voorwaarde voor vergroting van het broedsucces van de
weidevogels en het vliegvlug worden van meer jongen. Ter stimulering krijgen
deelnemers een vergoeding voor uitstel van maaien of beweiden. Ook het zaaien
van een gewas dat goede mogelijkheden biedt voor weidevogels om te broeden of
met jongen in te verblijven wordt gestimuleerd. Nieuw is een pakket gericht op
bescherming van nesten van kwetsbare soorten in grasland. Hieronder een
overzicht van de beheerspakketten.
Weidevogelgrasland met rustperiode (vlakdekkend)
- De beheerseenheid bestaat uit grasland, niet in gebruik voor graszaadteelt of vallend onder de braakregeling
- Er geldt een rustperiode van 1 april tot 16 juni
- In de rustperiode wordt de beheerseenheid niet beweid, gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, gefreesd, (her)ingezaaid, doorgezaaid of bemest. Chemische bestrijdingsmiddelen mogen in deze periode niet worden toegepast
- De beheerseenheid is minimaal 0,5 hectare groot
|
Pakketcode |
Rustperiode |
Stimuleringspremie per hectare |
|---|---|---|
|
1 |
1 april - 15 juni |
EUR 350,- |
Randenbeheer voor weidevogels
- De beheerseenheid bestaat uit grasland, niet in gebruik voor graszaadteelt of vallend onder de braakregeling
- Er geldt een rustperiode van 1 april tot 16 juni. Bewerking en beweiding zijn gedurende de rustperiode niet toegestaan
- De beheerseenheid is minimaal 3 meter breed en 50 meter lang, maar beslaat bij voorkeur de gehele lengte van de perceelrand
|
Pakketcode |
Stimuleringspremie per hectare |
|---|---|
|
2 |
EUR 500,- |
Aanpassing gewas ten behoeve van weidevogels
- De beheerseenheid wordt speciaal ten behoeve van weidevogels ingezaaid
- Mogelijke gewassen zijn diverse graansoorten, met uitzondering van maïs
- Na het inzaaien van de beheerseenheid mogen geen bewerkingen meer plaatsvinden
- Maaien of oogsten is niet toegestaan vóór 16 juni
- De beheerseenheid is minimaal 0,5 hectare groot
|
Pakketcode |
Stimuleringspremie per hectare |
|---|---|
|
3 |
In overleg |
Nestbescherming grasland- en graanbroeders
- Uitsluitend nesten gelegen op percelen waar gras of graan groeit en die regulier bewerkt worden komen in aanmerking; combinatie met randenbeheer is bij grasland mogelijk
- De aanvrager staat vrijwilligers toe op zijn land nesten te zoeken en te beschermen
- Nesten van de volgende soorten komen voor de volgende vergoeding in aanmerking: wulp, grutto, graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart
- Overige, zeldzame soorten in overleg
- In geval van beweiding moet een nest met behoud van dekking uitgepaald
worden. Bij bewerkingen moet eveneens de dekking in tact blijven. Hiervoor
gelden de volgende maten:
- - wulp en grutto 5 x 5 meter
- - graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart 4 x 4 meter
- Bij bemesting wordt een nest middels afdekken beschermd
- Nadat het nest is uitgekomen blijft het graseiland staan tot het perceel gemaaid wordt
- Als een nest niet uitkomt, maar de beschermingsmaatregelen correct zijn uitgevoerd, vindt wél uitbetaling plaats
- Als de aanmeldingen het budget overschrijden dan zal per nest een lager bedrag worden uitgekeerd
|
Pakketcode |
Stimuleringspremie per hectare |
|---|---|
|
4 |
Wulp EUR 60,- |
Hoe dient u een aanvraag voor een beheersovereenkomst in?
Een overeenkomst voor uitgesteld maaibeheer, vlakdekkend of rand, kan alleen
worden aangevraagd middels een speciaal aanvraagformulier. Dit formulier is
opvraagbaar bij de 'coördinator uitvoering stimuleringsregeling' de heer R. van
de Laar tel. 06-53956603.
In samenwerking met de coördinator wordt een plattegrond gemaakt waarop de beoogde beheerseenheid staat aangegeven.
In samenwerking met de coördinator wordt een plattegrond gemaakt waarop de beoogde beheerseenheid staat aangegeven.
Aanvraagtermijn
Een aanvraag voor vlakdekkend beheer of randenbeheer kan worden aangevraagd
tot 21 maart.
Een vergoeding voor nestbescherming kan telefonisch voorafgaand en tijdens het broedseizoen worden aangevraagd met als uiterste datum 1 juli.
Een vergoeding voor nestbescherming kan telefonisch voorafgaand en tijdens het broedseizoen worden aangevraagd met als uiterste datum 1 juli.
Behandeling
De stimuleringsregeling is alleen van toepassing op gronden gelegen binnen
het convenantgebied Sint Oedenrode - Schijndel.
In te brengen gebieden worden getoetst op hun waarde voor weidevogels. Op het perceel mogen in ieder geval geen struiken of bomen aanwezig zijn. Bij onvoldoende geschiktheid kan de aanvraag met schriftelijke motivatie worden geweigerd.
De aanvrager wordt tijdig geïnformeerd omtrent de beschikking.
Uitgangspunt is ook dat wie het eerst komt die het eerst maalt.
In te brengen gebieden worden getoetst op hun waarde voor weidevogels. Op het perceel mogen in ieder geval geen struiken of bomen aanwezig zijn. Bij onvoldoende geschiktheid kan de aanvraag met schriftelijke motivatie worden geweigerd.
De aanvrager wordt tijdig geïnformeerd omtrent de beschikking.
Uitgangspunt is ook dat wie het eerst komt die het eerst maalt.
Looptijd van de overeenkomst
Voor alle pakketten geldt een looptijd van 1 jaar. Verlenging van de
overeenkomst is mogelijk als de beheerder de voorschriften correct heeft
nageleefd en de beheerseenheid aantoonbare waarde heeft gehad voor weidevogels.
De begeleidingscommissie behoudt zich echter het recht voor op budgettaire
gronden de overeenkomst niet te verlengen. Zij stelt de aanvrager tijdig
schriftelijk in kennis van haar besluit.
Naleving en controle
De aanvrager stemt in met controle op de naleving van de
beheersvoorschriften.
Bij het in gebreke blijven van de beheerder kan deze hierop worden aangesproken.
Niet naleven van de beheersvoorschriften of weigering de aanbevelingen op te volgen wordt gerapporteerd aan de begeleidingscommissie en kan consequenties hebben voor de uitbetaling.
Bij het in gebreke blijven van de beheerder kan deze hierop worden aangesproken.
Niet naleven van de beheersvoorschriften of weigering de aanbevelingen op te volgen wordt gerapporteerd aan de begeleidingscommissie en kan consequenties hebben voor de uitbetaling.
Uitbetaling
Als de begeleidingscommissie van oordeel is dat de beheerder heeft voldaan
aan de beheersvoorschriften dan gaat zij binnen redelijke termijn en niet later
dan het einde van het kalenderjaar voor welke de overeenkomst is aangegaan over
tot uitbetaling.
Als de begeleidingscommissie van oordeel is dat de beheerder tekort geschoten
is in de naleving van de beheersvoorschriften dan kan zij besluiten een bedrag
in mindering te brengen evenredig aan de ernst van het tekortschieten.
Bij een zeer gebrekkige naleving kan de begeleidingscommissie besluiten het gehele bedrag niet uit te keren.
Bij een zeer gebrekkige naleving kan de begeleidingscommissie besluiten het gehele bedrag niet uit te keren.
De begeleidingscommissie kan alleen overgaan tot korting op de uitkering of
het achterwege laten daarvan als de beheerder tijdens het seizoen is gewezen op
zijn tekortschieten ten aanzien van de beheersvoorschriften door een daartoe
door de begeleidingscommissie gemachtigde controleur en hij de bindende adviezen
van de controleur niet heeft opgevolgd.
Ten aanzien van nestbetaling wordt de aanvrager ten tijde van de aanvraag op
de hoogte gesteld van de mogelijkheid dat door overvraging een lager bedrag zal
worden uitgekeerd dan in de regeling is aangegeven.

