Schijndel werkt alleen op afspraak om u beter van dienst te zijn
Ondergrondse opslagtanks voor olie
In veel Nederlandse tuinen liggen nog niet meer gebruikte, ongesaneerde olietanks
In veel Nederlandse tuinen liggen nog niet meer gebruikte, ongesaneerde
olietanks in de grond. Deze tanks zijn destijds aangelegd voor oliegestookte
centrale verwarmingsinstallaties. Na de overschakeling op aardgas zijn die tanks
vaak nog blijven liggen. Een olietank heeft een levensduur van circa vijftien
tot twintig jaar en kan vroeg of laat gaan lekken. De olieresten in de tank
kunnen daardoor in de bodem terechtkomen. Om dat probleem aan te pakken werd in
1993 het eerste Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT) vastgesteld. Op 1
januari 2008 is het BOOT opgegaan in het Activiteitenbesluit.
Hierin staan (onder meer) regels:
- voor het in gebruik houden van een tank
- waneer en hoe een tank buiten gebruik gesteld (=gesaneerd) moet worden
Hoe kom ik er achter of er een tank ligt?
Zeker wanneer u een ouder huis gaat kopen, is het verstandig om vooraf goed
te onderzoeken of er een tank ligt of heeft gelegen. De meeste tanks liggen in
gebieden die pas laat zijn aangesloten op het gas- en leidingennet. Ook bij
huizen, gebouwd vóór 1970, worden regelmatig tanks aangetroffen. Vanaf
halverwege de jaren 60 zijn olietanks steeds minder vaak toegepast. Overigens is
het bouwjaar van een huis geen absolute garantie dat er geen olietank is. In
uitzonderingsgevallen zijn er ook bij recenter gebouwde huizen oliegestookte
CV-installaties toegepast, bijvoorbeeld omdat er geen aansluiting op het gasnet
is of was.
Om na te gaan of er een tank in de grond ligt kunnen er aanwijzingen in de
tuin zijn: putdeksel, koperen dop, ontluchtingspijp of vreemde verzakkingen. Ook
kan met een metalen staaf in de grond geprikt worden in de buurt van de kelder
of de kruipruimte. Olietanks liggen nooit meer dan een meter diep. Eventueel kan
een tank met behulp van een metaaldetector getraceerd worden. Ook een loze
leiding in de kelder of kruipruimte kan een aanwijzing zijn. Oude olieleidingen
zijn makkelijk te herkennen: ze zijn minstens twee maal zo dik als gasleidingen
en hebben een doorsnede van circa 6 centimeter. Dichtgemaakte gaatjes in de muu
r zijn een indicatie dat er vroeger leidingen hebben gelopen.
Ook kunt u bij de milieumedewerkers van onze afdeling VROM informeren. Zij
hebben een overzicht van alle tanks die op dit mo-ment zijn gesaneerd of nog in
gebruik zijn. Uiteraard voor zover het gaat om bij de gemeente bekende tanks.
Wat te doen bij een tank die niet meer in gebruik is?
Op grond van het BOOT had iedere tankeigenaar voor 1 september 1993 de
aanwezigheid van de tank bij de gemeente moeten melden. Bovendien moest de tank
binnen vijf jaar na die datum worden verwijderd of onklaar worden gemaakt door
een KIWA-erkend bedrijf. Bij een sanering wordt ook onderzocht of de bodem is
verontreinigd.
Wanneer een tank op de juiste wijze is gesaneerd, moet hiervan een
KIWA-saneringscertificaat beschikbaar zijn. Alleen erkende saneringsbedrijven
leveren een dergelijk certificaat. KIWA is een onafhankelijk keuringsinstituut.
Door deze erkenningsregeling heeft u de garantie dat de problemen definitief uit
de wereld zijn. Is uw tank door een KIWA-erkend bedrijf gesaneerd, dan kan hij
gewoon blijven liggen.
Tot 1 januari 1999 bestond de keus tussen onklaar maken en verwijderen van de
tank. Na 1 januari 1999 bestaat die keus niet meer en moet de tank in de meeste
gevallen verwijderd worden. Bij verwijdering worden tank en leidingen
uitgegraven, schoongemaakt en weggehaald. Het gat wordt opgevuld met schoon
zand.
Het verzwijgen van een tank heeft geen zin; uiteindelijk komt de aanwezigheid
altijd boven water. Hoe langer dat duurt, hoe groter de kans op ernstige
bodemverontreiniging en bijbehorende saneringskosten.
Wat te doen bij een tank die nog wordt gebruikt?
Wanneer u een olietank blijft gebruiken, krijgt u te maken met terugkerende
kosten. Als eigenaar van een in gebruik zijnde tank bent u namelijk verplicht:
- die tank jaarlijks te laten keuren op aanwezigheid van water
- jaarlijks de kathodische bescherming (indien aanwezig) te laten controleren
- een grondwaterpeilbuis te laten plaatsen en deze jaarlijks te laten bemonsteren en analyseren op een aantal verontreinigende stoffen
- de tankinstallatie na vijftien jaar te verwijderen, tenzij deze na een uitgebreide keuring door het KIWA weer wordt goedgekeurd
- een verzekering af te sluiten tegen de gevolgen van eventuele
bodemvervuiling.
Zeker bij wat oudere tanks loont het al vaak niet meer de kosten om deze uitgebreid te laten keuren. Afhankelijk van de leeftijd van een tank kunt u zelf bepalen of deze gekeurd moet worden

